Op zoek gaan naar de eerste dagen van de meersen in de Damvallei of in Gentbrugge, is tekenen voor een reis naar een ver verleden. Maar liefst 20.000 jaar moeten we terug in de tijd. We schrijven de laatste IJstijd : het gebied dat nu Gent, Destel­bergen, Heusden en Laarne is, lag er half onder­gesneeuwd bij, rillend onder een gure noordwesten­wind. Het is op het einde van deze barre periode dat de Schelde –onstuimiger en woester dan ooit– de contouren uitschuurde van een schitterend laag­veen en meersengebied : de Damvallei in wording.

Onmetelijk ijs

Ten tijde van de laatste IJstijd strekte zich een permanente ijskap uit, die tot het uiterste noorden van Nederland reikte. In onze streken was er een immense arctische toendra met mossen, korstmossen en hooguit wat schijngrassen en kruiden, met als bewoners de mammoet, holenhyena en wolharige neushoorn. Voor bomen was het te koud, alleen dwergberken en kleine wilgensoorten hielden het hier uit. In de ijsmassa zaten grote hoeveelheden water opgeslagen : daardoor was de zeespiegel zo laag dat je te voet tot in Engeland kon geraken. De Schelde van vandaag is nog slechts een schim van de brede, verwilderde rivier met een netwerk van nevengeulen, die ze toen was. Door de lage zeespiegel was het verval erg groot en schuurde de rivier zich diep uit in het landschap. In die periode vormde de Schelde nog een landschapstype dat we niet onmiddellijk in verband brengen met rivieren, namelijk duinen. Tijdens de koudegolven droogde de valleibodem uit en de gure noordwestenwind kreeg vrij spel op de kale zandbodem. Het zand werd even verderop, net ten zuiden van de meander afgezet en gaf zo onder meer het ontstaan aan de Heusdense Zandberg en omgeving. Tussen beide locaties was er een niveauverschil van ruim 8 meter, en dit op een afstand van nauwelijks een halve kilometer.

De Damvallei ziet het levenslicht

Enkele duizenden jaren later was het einde van deze barre periode in zicht. De laatste periode van deze IJstijd was bepalend voor het typische landschap van de Damvallei en haar omgeving. Tegen het einde van de laatste IJstijd, zo’n 12 000 jaar geleden, werd het klimaat milder. Door de stortvloed aan smeltwater zwol de rivier en traden enorme piekdebieten op, tot vijf keer zo groot als het debiet van de Schelde aan de huidige monding in Vlissingen. Dit was de periode waarin de grote Scheldemeanders gevormd werden en het ontstaan van de Damvallei begon. Ook voor de Kalkense meersen, de omgeving van het Donkmeer en het Berlare broek werd op dit moment de kiem gelegd. De Scheldemeander – dit is een brede, natuurlijke bocht in de rivier – schuurde zich steeds verder uit in de zandige bodem. De buitenbochten van de rivier kregen een uitgesproken reliëf. Vandaag, 10 000 jaar later, is de rand van deze door de rivier gebeeldhouwde vlakte nog duidelijk te herkennen. Denk maar aan de Bochten, waar het niveau tussen de laaggelegen meersen en het omliggende akkerland bruusk één meter in hoogte verschilt.

Kronkels in het landschap

In tegenstelling tot de klimaatswijziging die we nu kennen, voltrok de toenmalige opwarming van de aarde zich niet in enkele decennia. Langere, mildere perioden wisselden af met kortere, droge koudegolven. Het resultaat van dit schoksgewijze proces van opwarmen en afkoelen was wat we nu nog kronkelwaarden of sikkelbanken noemen. Deze structuren zijn nu nog te zien in de Hauw. Ze ontstonden als volgt : in de binnenbochten van de rivier stroomde het water veel trager dan aan de buitenbochten. Zand- en leempartikels zakten naar de bodem wanneer de stroomsnelheid van het water afzwakte en werden in sikkelvormige stroken afgezet. Deze hoger gelegen stroken in de alluviale vlakte, de sikkelbanken, zijn zeer duidelijk te zien op reliëfkaarten. In het landschap zijn vooral de stroken tussen de sikkelbanken zichtbaar als langgerekte depressies, die in de winter overstromen.

De rivier bedaart

Intussen begon de temperatuur op te lopen en veranderde het landschap duchtig. Op de kale toendrabodem vestigden zich bomen. De grove den was één van de pioniers. Met zijn altijdgroene naalden kon hij al vroeg in het voorjaar licht opvangen : een belangrijke troef ten opzichte van zijn concurrenten. Even later deden ook de loofbomen en -struiken hun intrede : enkele wilgensoorten, es en buiten de riviervlakte ook hazelaar en olm. Eik en zwarte els volgden, zij het eerder schoorvoetend. Het landschap sloot zich. Buiten de vallei groeiden struiken en bomen dat het een lieve lust was, en daardoor vloeide steeds minder hemelwater rechtstreeks naar de rivier. Door de stijgende zeespiegel slonk ook het verval van de Schelde ; de massale hoeveelheden smeltwater bleven uit. De stroming van de Schelde werd hierdoor minder onstuimig. In het water opgeloste bodemdeeltjes werden op de bodem van de rivier afgezet, waardoor hij ondieper werd. De woeste, snelstromende Schelde was verleden tijd.

De Scheldevallei anno 1678

De Damvallei krijgt karakter

In de vallei voltrok zich intussen het tegengestelde proces : daar steeg het waterpeil. Door de tragere stroomsnelheid koloniseerden water- en moerasplanten de Schelde en de tal­ rijke waterpartijen eromheen : er ontstond een weids moeras. In deze sliknatte biotoop voltrok zich een proces dat het ontstaan gaf aan één van de meest kenmerkende bodemtypes van de Damvallei : de veengronden. Dat ging zo : plantendelen die afstierven, zakten naar de bodem van het water. Deze werden niet afgebroken, omdat het zuurstofgehalte onder water te laag was. Wanneer je vandaag in de Damvallei een kuil graaft, kom je op een diepte van ongeveer één meter een bruine, soppige en uiterst lichte modder tegen, barstensvol takjes en plantenresten. Dit veen werd tussen 7 000 en 3 000 jaar geleden gevormd en staat bol van getuigenissen van het leven in de Damvallei. Op plaatsen waar de Schelde zich op het einde van de laatste IJstijd een weg baande, kan de veenlaag tot 6 meter dik zijn. Tijdens de periode van veenvorming verliet de Schelde grotendeels de Damvallei en verlegde haar loop naar het tracé zoals we dat nu ongeveer kennen. Ook de mens begon zijn stempel op het landschap te drukken. In de IJzertijd en vooral in de Romeinse Tijd (zo’n 2 000 tot 1 500 jaar geleden) was hij al een actief landbouwer. Hij kapte grote oppervlaktes bos om groenten te telen en zijn kuddes te laten grazen. De bodem werd kaler en de rivier kreeg hierdoor opnieuw een grotere stroom water te verwerken. Dat water was bovendien sterk beladen met bodempartikeltjes, vooral klei. Als gevolg daarvan overstroomde de Damvallei steeds vaker. In die overstromingsvlakte bleef tijdens de winter het water staan ; opgeloste kleideeltjes zakten tijdens dit natte seizoen naar de bodem. Vrijwel de hele Damvallei werd zo bedekt met een kleilaag die plaatselijk 1 meter dik kan zijn. De locatie van de kleilaag laat ons toe de overstromingsvlakte van de laatste 1 500 jaar duidelijk te reconstrueren. In deze periode, en vooral vanaf de middeleeuwen, drong stilaan het besef door dat de Damvallei een uiterst waardevol gebied was. Het veen, maar ook de talrijke overstromingen met hun kleiafzettingen zorgden voor een bijzonder vruchtbare bodem, die veel rijker was dan de povere zandgronden er rond. Van groenten telen was hier geen sprake, maar grazend vee werd er vetter dan ooit. Op plaatsen die zelfs voor het vee te nat waren, maaiden boeren het gras, om vervolgens het droge hooi als veevoeder te gebruiken. Men vermoedt dat de Damvallei reeds een duizendtal jaar nagenoeg volledig uit grasland bestaat.

In een desolaat gebied, adembenemende natuur

Eigenlijk is de Damvallei tot pakweg 50 jaar geleden slechts weinig veranderd. Onze voorouders groeven wel nog slootjes en ontgonnen turf, wat het ontstaan gaf aan de talloze turfputten in het gebied. Maar voor de rest werd de Damvallei aan haar lot overgelaten : het valt dus niet te verwonderen dat ze zich tot een uiterst waardevol natuurgebied ontpopte. Niet alleen moerasplanten kregen duizenden jaren de tijd om het gebied te koloniseren, ook graslandplanten veroverden stukje bij beetje de Damvallei. Het zaad van heel wat plantensoorten werd bovendien niet alleen via de wind, maar ook via het overstromingswater in het gebied gedeponeerd. Tel daarbij de rijke variëteit aan bodemtypes en het afwisselende reliëf, en het hoeft niet te verbazen dat hier één van de meest soortenrijke gebieden van België ontstond. Een uiterst kwetsbare rijkdom, zo bleek, die niet voor altijd verzegeld kon worden. De golden sixties waren immers allesbehalve een gouden tijd voor de Damvallei. Het vervolg van dit boek vertelt daarover meer.

FOTOBOEK DAMVALLEI

Boek

 

In 1994 startte Natuurpunt in onze gemeente met de uitbouw van het natuurgebied Damvallei. De resultaten van meer dan 20 jaar natuurbeheer zijn nu gevat in een fotoboek ‘De Damvallei, een beeldend verhaal’. Een verbluffend boek over de veerkracht van de natuur. Het succesverhaal van de Damvallei illustreert dat de vernietiging van de natuur niet onomkeerbaar is. Bedreigde of verdwenen dier- en plantensoorten herstellen of duiken terug op met het juiste beheer.


Wil je het fotoboek thuis ontvangen? Dat kan na overschrijving van 33,00 euro (28,00 euro voor het boek + 5,00 euro portkosten) op rekeningnummer IBAN BE 02 890-4342117-40 met vermelding ‘De Damvallei, een beeldend verhaal’. Om portkosten te vermijden kan je het boek, na afspraak (09/228.73.58 of louis.gevaert@dsmg.be), afhalen bij Louis Gevaert, Izegrimhof 9 te Destelbergen.

WANDELKAART DAMVALLEI

Kaart Damvallei